Roodborst (Erithacus rubecula)
Kenmerken
| |
Het voorhoofd, de borst en de wangen zijn helder oranje van kleur |
| |
het oranje gebied heeft een blauwgrijze omranding |
| |
De bovenzijde is egaal grijsbruin van kleur |
| |
Jonge vogels zijn bruin gevlekt |
De roodborst komt voor in grote delen van Europa tot bij de Poolcircel en in West-Azië. Het is een vrij gedrongen vogeltje met een opvallende bruinrode keel. De staart is roodbruin . De exemplaren die men 's winters in de tuin ziet zijn veelal afkomstig uit noordelijker gelegen gebieden. Deze komen in de herfst naar onze streken afgezakt, maar aangezien de bosterritoria dan reeds bezet zijn door onze inheemse exemplaren moeten ze hun toevlucht in tuinen zoeken. De broedvogels van Nederland en België zijn deels trekvogel die in Spanje overwinteren en deels overwinteraars, die dan vaak ook opschuiven naar stadstuinen. Een bijzonderheid van de roodborst is dat niet alleen de mannetjes maar ook de vrouwtjes zingen
's Zomers broedt de roodborst in gaten en spleten in muren, aan slootkanten, in heggen, in klimop, in bossen, in parken en in tuinen.
Roodborsten zijn vaak erg nieuwsgierig en goed van vertrouwen, anderen noemen het brutaal. Terwijl je in de tuin bezig bent, kijken ze nauwlettend toe of er in de omgewoelde aarde iets eetbaars te vinden is. Tegen soortgenoten zijn zowel mannetje als vrouwtje daarentegen heel agressief en verdedigen zomer en winter fel hun territorium. Ze tonen daarbij de rode borstveren. Meestal maken ze hun nesten goed verborgen op de grond. De twee legsels bestaan meestal uit 5-6 eieren die twee weken bebroed worden. Na 14 dagen verlaten de jongen het nest. Ze worden dan nog een week door de ouders verzorgd. De jongen hebben nog geen rode borst. Daardoor zijn ze goed gecamoufleerd en wekken geen agressie op bij de ouders.
bron: vogelvisie, vogelbescherming |